top of page

VLAG ZONDER GEZICHT

Vlag zonder gezicht

Media: fotografie, gedicht, kostuumontwerp en soundscape

 

In het kader van 80 jaar bevrijding en het festival Bevrijding aan de Schelde realiseerde ik het project ‘Vlag zonder Gezicht’. Voor deze serie hebben we twee kostuums gemaakt waarvoor ik motieven drukte in stoffen van gerecyclede petflessen. Van deze stoffen werden draagbare kledingstukken gemaakt en exacte kopieën van de Zuid-Bevelandse Protestantse en Katholieke klederdracht. De kostuums werden gemaakt door Jo Koeman van vereniging mooi Zeeland. Naast de kostuums werd er een fotoserie gemaakt en een tekst in het kader van viering van 80 jaar bevrijding.

 

De locatie – de dijk bij Ellewoutsdijk, uitkijkend over de Westerschelde naar Terneuzen – is historisch beladen. Hier vond in 1944 een belangrijk hoofdstuk plaats in de Slag om de Schelde, waarbij het gebied werd bevrijd van Duitse bezetting. De dijk werd grens, front, toevluchtsoord en later opnieuw doorgang. Deze gelaagdheid vormt het fundament onder Vlag zonder Gezicht: het verleden als echo in het landschap.

De modellen dragen exacte reconstructies van Zuid-Bevelandse klederdracht – zowel protestantse als katholieke – vervaardigd uit gerecyclede PET-flessen, bedrukt met zeemotieven. De kostuums zijn gemaakt door Jo Koeman. Deze stoffen vertellen een eigen verhaal: over circulariteit, over de zee als levensader en bedreiging, over traditie en transformatie. Ze maken het verleden tastbaar in een nieuwe, duurzame vorm.

De foto’s zijn modisch en monumentaal gefotografeerd. Door het lage perspectief lijkt het alsof de modellen op een sokkel staan: herinneringsbeelden, standbeelden van het onbenoembare. Zij representeren geen individu, maar collectief geheugen – zij zijn de achterblijvers, de verdrevenen, de wachters.

 

 

 

 

Vlaeg zónder Gezicht 1 mei 2025, Rem van den Bosch

Ze leupen d’r stilte uut, op karren, kromme fietse, tussen dieken van klei en lucht vol dreiging.

De tied wrong zich tussen boord en knoap, de dracht trok zich weg in 't anonieme, vaarlijk zacht, as de adem van ‘n verdweene moeder.

’t Zand fluustert van ’n naam die niemendal meer roept.’n Jok zónder gezicht.’n Kinderkopje dat doedelzakke hoort en nooit méér as da.

’t Fort van steen, ’n keel vol echo. De kazemat zwiegt wa 't luch nie durfde dragen. Granaatscherven in 'n schortzak. ’t Water weet wa d’r nooit verteld is.

D’r lig ’n zak onder Zuid-Beveland, gein tas, moar ’n verzamelplaets vol achterblijvers, onderdôkers, stilte.

Hier wier bevrijd wa nie méér ademde. Hier wier gedanst deur benen, bevroren in de vlucht.

En de vriêdheid — ze kwam, zónder gezicht, in de rug, as ’n hand op je schoulder als-je dénkt dat je alleen bint.

Ze rook na puin en smaekte na stilte. Ze droeg 'n kraeg van zeewind en tranen van ’n kind die te vroeg groot is eworden.

Wie kiek noar de achterkant, vint ’t verhaal. Wie kiek noar de zijkant, ziet hoe dun de scheêdslijn is
tussen rauw en ’n vlaeg in de zunne.

Wie luustert — hoort gien muziek, moar herinnerieng.

Gedicht door Rem van den Bosch

Vertaald naar Zuid-Bevelands dialect door Antoinette de Schipper

bottom of page